ECLI:NL:RBOVE:2026:848
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep inzake inzage persoonsgegevens in Fraude Signalering Voorziening
Eiseres verzocht de minister om inzage in haar persoonsgegevens die zijn opgenomen in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De minister verstrekte een overzicht van deze gegevens en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres stelde dat het besluit onzorgvuldig was en dat haar persoonsgegevens ten onrechte met derden waren gedeeld. Tevens verzocht zij om een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat de minister volledig aan het inzageverzoek heeft voldaan en dat eiseres onvoldoende heeft gemotiveerd welke informatie ontbreekt. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen toezeggingen zijn gedaan die een gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat persoonsgegevens met derden zijn gedeeld. De rechtbank is bovendien onbevoegd om kennis te nemen van het schadeverzoek, omdat de verwerking van persoonsgegevens een feitelijke handeling betreft waartegen geen bestuursrechtelijk beroep openstaat.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen vergoeding van proceskosten. De rechtbank wijst erop dat eiseres tegen deze uitspraak hoger beroep kan instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit inzake inzage in persoonsgegevens in de FSV wordt ongegrond verklaard en de rechtbank is onbevoegd om kennis te nemen van het schadeverzoek.