ECLI:NL:RBOVE:2026:689
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening beëindiging ZW-uitkering en afwijzing WIA-uitkering
Eiseres was sinds 2018 werkzaam als verzorgende IG en meldde zich in juli 2019 ziek na een incident met een patiënt waarbij zij letsel aan haar rechterhand opliep. Na diverse operaties bleef zij klachten houden. In mei 2021 besloot het UWV haar ZW-uitkering te beëindigen omdat zij volgens een tweedejaars beoordeling meer dan 65% van haar loon kon verdienen met andere functies. De aanvraag voor een WIA-uitkering werd afgewezen omdat de wachttijd niet was voltooid.
Eiseres verzocht in oktober 2023 om herziening van deze besluiten op grond van nieuwe medische rapporten en omstandigheden. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot herziening konden leiden. De rechtbank bevestigt dit oordeel en stelt dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig was en dat het nieuwe medische rapport geen nieuwe feiten bevatte met betrekking tot de datum in geding.
De rechtbank oordeelt dat het oorspronkelijke besluit niet onmiskenbaar onjuist of evident onredelijk is en dat de jurisprudentie over duuraanspraken niet van toepassing is omdat de ZW-uitkering al was geëindigd toen het verzoek werd ingediend. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het UWV-besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering en afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.