ECLI:NL:CRVB:2015:503
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- P.H. Banda
- R.P.T. Elshoff
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing
Appellante, voormalig maatschappelijk werkster, vroeg meerdere malen een WIA-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds maart 2004. Het UWV wees deze aanvragen af omdat zij niet 104 weken arbeidsongeschikt was geweest en niet verzekerd was voor de WIA. Appellante stelde dat haar psychische en gehoorproblemen onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de aanvraag van 2 juli 2012 geen nieuwe feiten of omstandigheden bevatte die tot herziening konden leiden. In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De medische gegevens die appellante later indiende werden niet betrokken omdat de aanvraag voor de toekomst niet tijdig en toereikend was onderbouwd.
De Raad benadrukte dat een aanvraag moet worden beoordeeld naar de strekking en dat het UWV bij onduidelijkheid nadere informatie moet inwinnen. Een Amber-beoordeling was niet aan de orde omdat niet was vastgesteld dat de wachttijd van 104 weken was doorlopen. De afwijzing van de aanvraag werd bevestigd zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten en onvoldoende onderbouwing.