ECLI:NL:RBOVE:2026:2276
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.L.M. Steinebach - de Wit
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet tijdig beslissen en bezwaar bij aanwijzing advocaat door deken
Eiser verzocht de deken van de Orde van advocaten Noord-Holland om een advocaat aan te wijzen. De deken wees op 19 augustus 2025 een advocaat aan met voorwaarden. Eiser stelde dat dit geen besluit was en dat de voorwaarden strijdig waren met de Advocatenwet. De rechtbank oordeelt dat de brief van 19 augustus 2025 wel een besluit is en dat de deken tijdig heeft beslist, waardoor het beroep tegen niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is.
Eiser maakte bezwaar tegen de voorwaarden van de aanwijzing, maar de deken verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank stelt dat de deken het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren omdat bij een volledige toewijzing geen belang bestaat en bij een verkapte afwijzing alleen beklag bij het Hof van Discipline openstaat. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit op bezwaar en verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelt verder dat zij bevoegd is om kennis te nemen van beide beroepen, ondanks dat eiser stelt geen woonplaats meer in Nederland te hebben. De rechtbank wijst het beroep tegen niet tijdig beslissen af en wijst het beroep tegen het besluit op bezwaar toe. De deken wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit op bezwaar is gegrond verklaard en het bezwaar tegen de aanwijzing van een advocaat is niet-ontvankelijk verklaard.