ECLI:NL:RVS:2023:2849
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op bezwaar inzake aanwijzing advocaat
Appellant verzocht de deken van de Orde van Advocaten Rotterdam om aanwijzing van een andere advocaat omdat zijn eerdere advocaat niet meer actief was. De deken wees het verzoek af en verwees appellant naar de beklagprocedure bij het Hof van Discipline. Appellant diende echter een bezwaarschrift in tegen deze afwijzing, waarop de deken niet tijdig besliste.
De rechtbank verklaarde zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen omdat het verzoek volgens haar onder artikel 13 Advocatenwet Pro viel en de beklagprocedure exclusief was. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling oordeelde dat het bezwaar van appellant niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard door de deken, maar dat de rechtbank wel bevoegd was om te oordelen over het niet tijdig beslissen op dat bezwaar. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep gegrond. Vervolgens verklaarde zij het bezwaar niet-ontvankelijk en veroordeelde de deken tot vergoeding van proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar wordt gegrond verklaard en het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard.