ECLI:NL:RBOVE:2025:5866
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermeend niet-hoofdverblijf onvoldoende gemotiveerd
Eiseres ontving sinds 2011 een bijstandsuitkering en stond vanaf 2015 ingeschreven op een uitkeringsadres. Het college trok in 2024 haar bijstandsuitkering per 4 oktober 2019 in en vorderde € 77.258,84 terug, omdat eiseres volgens het college haar hoofdverblijf niet op het uitkeringsadres had, afgeleid uit extreem laag waterverbruik en andere onderzoeksgegevens.
Eiseres voerde aan dat haar lage water- en energieverbruik te verklaren is door haar langdurige psychische en fysieke gezondheidsproblemen, waaronder kanker, en dat zij veel buitenshuis verbleef bij haar partner en vriendinnen. Zij overhandigde verklaringen ter onderbouwing.
De rechtbank oordeelt dat het college onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Het lage waterverbruik kan niet zonder meer worden toegeschreven aan het niet hebben van het hoofdverblijf op het uitkeringsadres, zeker niet gezien de medische omstandigheden en ondersteunende verklaringen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, herroept de primaire besluiten en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstandsuitkering en herroept de primaire besluiten vanwege onvoldoende onderzoek en motivering.