In deze zaak staat centraal of werknemer [partij A] gehouden kan worden aan het concurrentiebeding in haar arbeidsovereenkomst met Fysiototaal B.V. (FT). [partij A] wil in dienst treden bij Fysiotherapie De Rietlanden (FDR), maar FT beroept zich op het concurrentiebeding. De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding uit de nieuwe arbeidsovereenkomst van 2020 van toepassing is, ondanks dat deze niet ondertekend is, vanwege stilzwijgende aanvaarding.
Vervolgens wordt het concurrentiebeding inhoudelijk getoetst. De kantonrechter stelt vast dat er sprake is van een substantiële overlapping van het verzorgingsgebied van FT en FDR, waardoor het beding formeel van toepassing is. Echter, FT heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat [partij A] beschikt over concurrentiegevoelige informatie die het bedrijfsdebiet van FT zou aantasten. De enkele verrichte managementtaken en kennis van prijsopbouw zijn onvoldoende om handhaving te rechtvaardigen.
Daartegenover staat het belang van [partij A] bij vrije arbeidskeuze en verbetering van haar arbeidsvoorwaarden bij FDR. De kantonrechter is voorshands van oordeel dat het concurrentiebeding onbillijk is en zal worden vernietigd in een bodemprocedure. Daarom wordt het beding voorlopig geschorst, zodat [partij A] bij FDR kan gaan werken. FT wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten, en haar vordering tot nakoming van het concurrentiebeding wordt afgewezen.