ECLI:NL:RBOVE:2020:4633
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gemachtigde tegen vergoeding proceskosten bij bestuursstrafrechtelijke hoorzitting gegrond verklaard
De gemachtigde van betrokkene stelde beroep in tegen de vergoeding van nul punten voor de hoorzitting in de fase bij de officier van justitie na een bestuursstrafrechtelijke sanctie wegens fout parkeren. De officier van justitie had slechts één punt toegekend voor het beroepschrift en nul punten voor de hoorzitting, omdat er geen aanvullende gronden waren aangevoerd.
De kantonrechter oordeelde dat de hoorzitting, ook al werd er niets nieuws aangevoerd, een vergoeding van één punt met een gewichtsfactor van 0,5 verdient, mede gelet op jurisprudentie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De fysieke aanwezigheid maakt het horen niet wezenlijk anders dan een telefonische hoorzitting, waarvoor ook één punt toekomt, al kan matiging plaatsvinden bij geringe inspanning.
De kantonrechter vernietigde de beslissing van de officier van justitie en kende een hogere vergoeding toe: voor de fase bij de officier van justitie € 393,75 en voor de fase bij de kantonrechter € 262,50. De uitspraak is definitief en niet meer aan te vechten.
Uitkomst: Het beroep van de gemachtigde wordt gegrond verklaard en de vergoeding voor de hoorzitting en het beroep wordt verhoogd.