ECLI:NL:RBOVE:2015:3937
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen terugvordering WWB-uitkering en boete wegens niet melden bankrekeningen
Eiseres ontving vanaf 14 oktober 2008 een WWB-uitkering. Verweerder ontdekte via geautomatiseerde bestandsvergelijking dat eiseres drie en/of-bankrekeningen had met een vermogen boven de geldende vermogensgrens, welke zij niet had gemeld. Hierdoor werd de uitkering ingetrokken en een bedrag van €11.102,15 teruggevorderd, evenals een boete van €2.440,90 opgelegd.
Eiseres voerde aan dat er geen sprake was van verwijtbaarheid, maar de rechtbank oordeelde dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. De bankrekeningen werden geacht tot haar vermogen te behoren, mede omdat zij daadwerkelijk over de gelden beschikte. De rechtbank volgde de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en bevestigde dat de terugvordering en boete terecht zijn opgelegd.
De boete werd gematigd vanwege verminderde verwijtbaarheid, conform recente jurisprudentie. De rechtbank vond de hoogte van de boete passend en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van WWB-uitkering en de opgelegde boete wordt ongegrond verklaard.