ECLI:NL:RBOBR:2026:750
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: WOZ-waarde woning correct vastgesteld ondanks betwisting
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn twee-onder-een-kapwoning uit 1953, gelegen in Waalre, en stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met primaire objectkenmerken, de staat van onderhoud en het voorzieningenniveau.
De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €545.000, onderbouwd met een taxatierapport van een deskundige waarin de vergelijkingsmethode werd toegepast met drie vergelijkingsobjecten. De rechtbank oordeelde dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld.
Eiser kon zijn stellingen niet voldoende onderbouwen met feiten en zijn eigen taxatie was onvoldoende inzichtelijk, onder meer doordat niet duidelijk was wie deze had opgesteld en hoe correcties waren berekend. De rechtbank kon de taxatie van de heffingsambtenaar volgen en wees het beroep af.
De rechtbank bepaalde dat eiser geen recht had op terugbetaling van griffierecht of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan zonder zitting, na overleg met partijen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €545.000 blijft gehandhaafd.