ECLI:NL:RBOBR:2025:3954
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vastgestelde WOZ-waarde twee-onder-een-kapwoning
Eiser, mede-eigenaar van een twee-onder-een-kapwoning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €278.000 per 1 januari 2022. De heffingsambtenaar had de waarde gebaseerd op een waardematrix met vergelijkingsobjecten en correctiefactoren voor verschillen in kwaliteit en onderhoud.
Eiser voerde aan dat de woning een gedateerde keuken en badkamer heeft, matig onderhoud en een matig duurzaamheidsniveau, en dat een vergelijkingsobject onjuist was gewaardeerd. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor de gebreken en dat de taxatie en waardering begrijpelijk en deskundig waren uitgevoerd.
De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar de waarde niet te hoog had vastgesteld en dat de correcties in de waardematrix adequaat waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.