ECLI:NL:RBOBR:2025:3247
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waardering rijksmonumentale woning ondanks schade door wegwerkzaamheden
Eiser, eigenaar van een rijksmonumentale vrijstaande woning uit 1660, betwist de vastgestelde WOZ-waarde van € 854.000 per 1 januari 2023. De heffingsambtenaar heeft deze waarde gehandhaafd na bezwaar en verwees naar een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkbare rijksmonumenten.
De rechtbank oordeelt dat een vergelijking met WOZ-waarden van niet-verkochte woningen niet relevant is en dat de taxatie voldoende rekening houdt met de monumentale status van de woning. Eiser stelt dat de woning door wegwerkzaamheden beschadigd is geraakt, wat een waardevermindering van € 200.000 zou rechtvaardigen.
De rechtbank stelt dat eiser de feiten en omstandigheden moet stellen en bewijzen, en dat de waardering van de schade een taxatietechnische aangelegenheid is. De heffingsambtenaar heeft op zitting toegelicht dat de waardevermindering is verwerkt via een kwaliteits- en onderhoudsniveau van 2 (ondergemiddeld), wat neerkomt op een correctie van circa € 178.000.
De rechtbank volgt dit standpunt en wijst het beroep af omdat eiser onvoldoende bewijs levert dat deze correctie onvoldoende is. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding. Partijen worden gewezen op het recht tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard.