ECLI:NL:RBOBR:2025:266
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verlaagt WOZ-waarde sociale huurwoning wegens te hoge taxatie
Eiseres, huurder van een sociale huurwoning in Oirschot, betwistte de vastgestelde WOZ-waarden voor de jaren 2022 en 2023, die respectievelijk op €255.000 en €288.000 waren vastgesteld. Zij maakte bezwaar tegen deze waarden, maar de heffingsambtenaar verklaarde deze bezwaren ongegrond. Eiseres stelde daarop beroepen in bij de rechtbank.
De rechtbank beoordeelde eerst de ontvankelijkheid van de beroepen en concludeerde dat eiseres belang had bij de beoordeling van de WOZ-waarden, omdat deze mede bepalend zijn voor de maximale huurprijs en de mate van huurverhoging. Andere lokale heffingen bleken niet relevant voor haar belang.
De rechtbank stelde vast dat de heffingsambtenaar zijn bewijslast niet had voldaan, met name omdat een schuurtje onterecht een te hoge waarde was toegekend en de onderbouwing van de WOZ-waarden onvoldoende was. Eiseres had geen taxatierapport overgelegd om haar lagere waarde van €190.000 te onderbouwen. Daarom bepaalde de rechtbank schattenderwijs lagere WOZ-waarden van €250.000 voor 2022 en €283.000 voor 2023.
De beroepen werden gegrond verklaard, de bestreden uitspraken op bezwaar vernietigd en de WOZ-waarden verlaagd. Eiseres kreeg tevens de griffierechten en een deel van haar proceskosten vergoed.
Uitkomst: De rechtbank verlaagt de WOZ-waarden van de sociale huurwoning voor 2022 en 2023 en verklaart de beroepen gegrond.