Appellant, werkzaam als manager, meldde zich in november 2010 ziek wegens psychische klachten. Het Uwv stelde aanvankelijk de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 52,90%, later verhoogd naar 63,99% na bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze vaststelling ongegrond, waarbij de medische en arbeidskundige rapporten als zorgvuldig en overtuigend werden beoordeeld.
In hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen, vooral sociaal functioneren, werden onderschat. Het Uwv nam een nieuw besluit op bezwaar waarin de arbeidsongeschiktheid werd vastgesteld op 65,60%. De Raad vernietigde het eerdere besluit wegens strijd met de Awb en toetste het nieuwe besluit.
De Raad concludeerde dat het Uwv zorgvuldig had gehandeld, met uitvoerige medische rapporten inclusief psychisch onderzoek. De beperkingen en geschiktheid voor geselecteerde functies werden voldoende onderbouwd. Het beroep tegen het nieuwe besluit werd ongegrond verklaard. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van appellant.