ECLI:NL:RBOBR:2025:2344
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen WOZ-waarde woning na beoordeling vergelijkingsmethode en omstandigheden
Eiseres is eigenaar van een hoekwoning met diverse bijgebouwen en een grondoppervlakte van 216 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €403.000, welke werd gehandhaafd na bezwaar. Eiseres stelde beroep in tegen deze vaststelling.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De waardering is gebaseerd op een taxatie met de vergelijkingsmethode, waarbij vier vergelijkbare woningen zijn gebruikt en gecorrigeerd voor relevante verschillen. Eiseres voerde aan dat wateroverlast, een gedateerde badkamer en een matig duurzaamheidsniveau tot waardevermindering leiden, maar kon dit niet voldoende bewijzen.
De rechtbank stelt vast dat wateroverlast erkend wordt, maar dat dit niet tot een waardedrukkend effect leidt gezien de vergelijkingsobjecten en transacties. De badkamer en duurzaamheidsaspecten zijn door de heffingsambtenaar beoordeeld als redelijk tot goed, mede door aanwezige voorzieningen. Het eerdere compromisvoorstel van €392.000 is niet bindend omdat het niet tot stand kwam.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst een proceskostenvergoeding af. Partijen wordt gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken na verzending van het proces-verbaal.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.