ECLI:NL:RBOBR:2025:2343
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsmethode en indexering
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1933 met diverse bijgebouwen en een grondoppervlakte van 1.033 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde voor 2023 vast op € 510.000 en handhaafde deze in de uitspraak op bezwaar. Eiser stelde beroep in tegen deze uitspraak.
De rechtbank beoordeelde of de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waardematrix gebaseerd op de vergelijkingsmethode, waarbij drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats werden gebruikt. De toegepaste indexering werd gecontroleerd met een woningindexcalculator en bleek niet nadelig voor eiser.
Eiser voerde aan dat onvoldoende rekening was gehouden met de gedateerde keuken en badkamer en het matige duurzaamheidsniveau. De rechtbank oordeelde dat de woning goed onderhouden is en dat de taxateur deze aspecten heeft meegenomen in de waardering. De rechtbank vond de motivering in de uitspraak op bezwaar voldoende en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.