ECLI:NL:RBOBR:2025:2154
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en onderbouwing taxatie door heffingsambtenaar
Eiser betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn twee-onder-een-kapwoning uit 1957, met name vanwege de waardering van de zolder en de staat van onderhoud van de woning.
De heffingsambtenaar heeft de waarde vastgesteld op €325.000, gebaseerd op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met vijf vergelijkingsobjecten. De zolder is buiten de waardering gelaten, wat door de rechtbank wordt bevestigd. Verder is rekening gehouden met de bouwperiode en de kwaliteit van de woning.
Eiser stelde dat de keuken en badkamer gedateerd zijn, het duurzaamheidsniveau matig is, het buitenschilderwerk slecht onderhouden en er asbest aanwezig is. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden onvoldoende leiden tot een lagere waardering, mede omdat de heffingsambtenaar hiervoor correcties heeft toegepast.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht terug en geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.