ECLI:NL:RBOBR:2025:2151
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode met twee objecten
Eiseres betwist de vastgestelde WOZ-waarde van haar woning, die door de heffingsambtenaar op €538.000 is gesteld voor het jaar 2023. De heffingsambtenaar baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met twee vergelijkingsobjecten. De rechtbank beoordeelt dat het gebruik van twee vergelijkingsobjecten toelaatbaar is, ondanks de waarderingsinstructie die drie voorschrijft, omdat er geen wettelijke verplichting bestaat en de vrije bewijsleer geldt.
Eiseres voert aan dat onvoldoende rekening is gehouden met de gedateerde keuken en badkamer, de matige onderhoudstoestand en het lage duurzaamheidsniveau van de woning. De rechtbank stelt dat het aan eiseres is om deze feiten te stellen en te bewijzen. De heffingsambtenaar heeft echter in het taxatierapport correctiefactoren toegepast die de slechtere staat van de woning weerspiegelen ten opzichte van de vergelijkingsobjecten, die een betere staat en modernere voorzieningen hebben.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende rekening heeft gehouden met de verschillen in kwaliteit, onderhoud en duurzaamheid. De door eiseres overgelegde foto's rechtvaardigen geen hogere correctie. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard, met als gevolg dat eiseres geen griffierecht of proceskosten vergoed krijgt.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde blijft gehandhaafd.