Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 februari 2023 in de zaken tussen
[eiseres] BV,
en
[eiseres] BV[eiseres] BV -[eiseres] BV -[eiseres] BV -[eiseres] BV, eiseressen II, alle uit [vestigingsplaats] ,(gemachtigde: mr. M. Ph. A. Senders),
(gemachtigden: mr. E.G. Borghols en mr. P. van den Berg).
Samenvatting
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
Van de zijde van de heffingsambtenaar ziet de rechtbank graag het verweerschrift komen en vooral waar volgens de heffingsambtenaar vermoedelijk de belastingplicht ligt.” De heffingsambtenaar heeft in de vervolgens ingediende verweerschriften hier geen uitvoering aan gegeven en is per door hem aangeslagen partij tot een belastingplicht blijven concluderen.
Conclusie en gevolgen
22 oktober 2021 en 27 oktober 2021 worden vernietigd, de rechtbank wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem daarbij op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseressen. Verder wordt aan eiseressen een schadevergoeding toegekend in verband met het overschrijden van de redelijke termijn.
€ 2.511. Ten aanzien van de twaalf uitspraken op bezwaar betreft het telkens 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen op de zitting met een waarde per punt van € 837, met wegingsfactor 1. De twaalf zaken worden als samenhangend gezien (zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Bpb) en daarom aangemerkt als één zaak. Bij vier of meer zaken geldt daarvoor volgens het Bpb een (vermenigvuldigings)factor van 1,5. Eiseressen zijn – zoals eerder overwogen – aan elkaar gelieerd. De rechtbank gaat er daarom vanuit dat eiseressen en de heffingsambtenaar onderling kunnen afstemmen hoe (en aan wie) de feitelijke uitbetaling van de proceskostenvergoeding moet plaatsvinden.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 22 en 27 oktober 2021;
- wijst de zaken terug naar de heffingsambtenaar en draagt hem op om met inachtneming van wat in deze uitspraak is overwogen opnieuw uitspraak te doen op de bezwaren van eiseressen I en II;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot vergoeding van de immateriële schade die eiseressen I en II hebben geleden tot een bedrag van € 500;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseressen I en II tot een bedrag van € 2.511;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 2.160 aan eiseressen I en € 2.160 aan eiseressen II moet vergoeden.
mr. A.F. Vink, leden, in aanwezigheid van drs.H.A.J.A. van de Laar, griffier.
De uitspraak is in het openbaar geschied op 7 februari 2023.
Informatie over hoger beroep
Bijlage I: overzicht aanslagen en zaaknummers
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres]
BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020
[eiseres] BV
[nummer]
d.d. 31-12-2020