Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 oktober 2023 in de zaak tussen
[eiseres] B.V., uit [vestigingsplaats] , eiseres,
[naam], uit [woonplaats] , de werkneemster,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres kreeg van het UWV een loonsanctie opgelegd omdat zij niet zou hebben voldaan aan haar re-integratieverplichtingen voor een werkneemster die sinds 2019 ziek was gemeld. De kern van het geschil was of eiseres voldoende had onderzocht of er passend aangepast werk binnen de eigen onderneming beschikbaar was (eerste spoor).
De rechtbank stelde vast dat de werkneemster sinds 2019 wisselend aangepast werk verrichtte, maar dat haar oorspronkelijke functie was komen te vervallen. Uit de arbeidsdeskundige rapportages van ArboNed bleek onvoldoende concreet inzicht in de beschikbare functies binnen de onderneming en de geschiktheid daarvan voor de werkneemster. De rapportage van arbeidsdeskundige Willems, die wel gedetailleerd onderzoek deed, was opgesteld na het opleggen van de loonsanctie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht de latere rapportage niet in bezwaar had betrokken omdat deze nieuwe re-integratie-inspanningen betrof die na de einddatum van de wachttijd waren verricht. Daarmee bleef de loonsanctie in stand en werd het beroep ongegrond verklaard.
De uitspraak benadrukt het belang van een voldoende gedetailleerd en tijdig onderzoek naar herplaatsingsmogelijkheden binnen de eigen organisatie om aan re-integratieverplichtingen te voldoen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de loonsanctie wordt ongegrond verklaard en de loonsanctie blijft in stand.