Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de korpschef van politie, de korpschef
[bedrijf] B.V.(hierna: [naam] ), uit [plaats] , de rechtsopvolger van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[bedrijf] B.V.(hierna: [bedrijf] ), uit [plaats] (gemachtigde: [naam] ).
Procesverloop
7 november 2022.
Overwegingen
20 december 2018 en tegen de deelbesluiten IV en V naar voren gebracht hadden kunnen worden, gaat de rechtbank niet op deze beroepsgronden in.
Alle communicatie met [bedrijf] over het programma Ontvoerd in de periode 2012 – april 2017;
Correspondentie tussen liaison officers en BZ (departement en ambassades) 2012 – april 2017;
Correspondentie tussen liaison officers en Ca in de periode 2012 – april 2017;
Correspondentie tussen liaison officers en ambtenaren van het directoraat-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving van J&V (DGRR) in de periode 2012 – april 2017;
Correspondentie tussen liaison officers bij de Nederlandse ambassades in het buitenland met autoriteiten (OM, politie, rechtbanken) in het desbetreffende land in de periode 2012 – 2017;
Alle communicatie van de LVBP met liaison officers over zaken van het tv-programma Ontvoerd in de periode 2012 – april 2017.
. Kennelijk is er meer informatie van [naam] betrokken bij die besluiten, terwijl de korpschef niet inzichtelijk heeft gemaakt welke informatie hiervan tevens valt onder de reikwijdte van het onderhavige Wob-verzoek. Door dat inzicht niet te geven, stelt de korpschef zodoende de rechtbank niet in staat te beoordelen of er meer informatie van [naam] onder de korpschef moet berusten die valt onder de reikwijdte van het onderhavige Wob-verzoek.”
“Ik informeer consulair medewerker ambassade en belast met deze zaak, dat zij eventueel jou kan bellen voor ondersteuning of advies”(pagina 16/17 van deelbesluit II) volgt dat er correspondentie is tussen de liaison en de Nederlandse ambassade in Portugal. Volgens de korpschef volgt uit deze zin alleen maar dat de liaison voornemens was een consulair medewerker van de ambassade te informeren, maar niet dat dit daadwerkelijk is gebeurd. Evenmin volgt uit deze informatie dat, als het contact heeft plaatsgevonden, dat het schriftelijk was; het kan ook zijn dat het contact telefonisch heeft plaatsgevonden. Eiser heeft dan ook niet aannemelijk gemaakt dat de betreffende informatie onder de korpschef berust dan wel behoort te berusten. Desalniettemin is een zoekslag verricht. Daarbij is geen rechtstreekse correspondentie tussen de liaison en de ambassade in Portugal aangetroffen.
“Ik zal jullie per zaak een update sturen over de stand van zaken (…)”. Op dezelfde dag als waarop de hiervoor genoemde e-mail werd verzonden, is een update in een andere zaak aan [bedrijf] verzonden. De korpschef heeft gewezen op de e-mails op pagina 30 (05:31 uur) en pagina 35 (17:37 uur) van deelbesluit I. De korpschef heeft aangegeven dat er niet meer updates zijn aangetroffen die van dezelfde dag dateren. Er is ook niet aannemelijk gemaakt dat er die bewuste dag meer updates zijn verzonden. De korpschef heeft er ter verdere toelichting op gewezen dat het contact tussen het LBVP en [bedrijf] veelal bestond uit het over en weer verzenden van informatie over de laatste stand van zaken in bepaalde zaken. In die zin bevatten zeer veel documenten ‘updates’ van de politie aan [bedrijf] en omgekeerd, aldus de korpschef.
afspraken tussen KLPD en [naam] worden uiterlijk 10 april op papier vastgelegd”, maar dit is volgens de korpschef slechts een voornemen om een verslag te maken. Niet is gebleken dat daadwerkelijk een verslag is gemaakt van de bespreking van 30 maart 2012. Integendeel, betrokkenen die bij de bespreking aanwezig waren herinneren zich dat er geen verslag is gemaakt. Wat betreft de correspondentie die in de aanloop naar de bespreking zou zijn gewisseld, heeft de korpschef aangegeven dat aannemelijk is dat die correspondentie niet bewaard is gebleven, omdat die correspondentie geen archiefwaardig karakter heeft. Tot slot heeft de korpschef opgemerkt dat er geen aanwijzingen bestaan dat er vóór 30 maart 2012 in breder verband binnen de politieorganisatie en/of met ketenpartners over [bedrijf] is gesproken. Wel is er informatie bij de besluitvorming betrokken over contacten die vóór 30 maart 2012 in specifieke zaken hebben plaatsgevonden.
Ik denk niet dat je enige stukken gaat vinden, want zo formeel is dit overleg niet geweest. Er is ook geen verslag gemaakt van dit overleg” en “Deze afspraken zijn schriftelijk nooit vastgelegd”.
“Ik sluit me aan bij de woorden van [naam], Ik kan me herinneren dat ik kort aangesloten ben bij dit gesprek om even kennis te maken, inhoudelijk heb ik er geen bemoeienis mee gehad, later ben ik wel door [naam] op de hoogte gesteld van de vragen die er zijn geweest op dit onderwerp. Ik heb zeker geen mailwisseling op dit onderwerp gevoerd.”
22 september 2014 van 9:20 uur blijkt weliswaar dat [bedrijf] / Ontvoerd aandacht heeft besteed aan een zaak in Duitsland, maar deze e-mail bevat geen concrete aanwijzingen dat de politie bij deze zaak betrokken is (geweest). Verder blijkt uit de overgelegde e-mail van [bedrijf] van 16:52 uur enkel dat [bedrijf] aan een politiefunctionaris heeft voorgelegd of een persoon aangifte kan doen en dat daarbij is aangegeven dat het belang groot is. Een gestelde werkwijze van [bedrijf] die erop neerkomt dat zij eerst met een ministerie contact opneemt over een zaak als de betrokken persoon bij de politie aangifte heeft gedaan, is echter met die e-mail noch anderszins aannemelijk gemaakt. Gelet op het voorgaande heeft de korpschef het gebrek als bedoeld in rechtsoverweging 84.1 hersteld.
Deelbesluit I
Deelbesluit II
Deelbesluit III
nieteen aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
nieteen aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
nieteen aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
nieteen aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
nieteen aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
Deelbesluit IV
Adres” en “
Adres school” politiegegevens betreffen,
nietop een zaak waarover [bedrijf] voor het programma ‘Ontvoerd’ een aflevering heeft gemaakt en uitgezonden.
Deelbesluit V
Beslissing
- draagt de korpschef op binnen twee weken de rechtbank mee te delen of hij gebruik maakt van de gelegenheid de gebreken te herstellen;
- stelt de korpschef in de gelegenheid om binnen twaalf weken na verzending van deze tussenuitspraak de gebreken te herstellen met inachtneming van de overwegingen en aanwijzingen in deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.