Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 september 2022 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, de minister
Inleiding
Feiten en omstandigheden
Standpunten van partijen
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond voor zover dit ziet op de periode van juli 2021 tot en met december 2021;
- vernietigt het bestreden besluit in zoverre;
- laat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit over de maand juli 2021 in stand;
- bepaalt dat eiser over de periode van augustus 2021 tot en met december 2021 recht heeft op studiefinanciering en draagt de minister op om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak de studiefinanciering over de periode van augustus 2021 tot en met december 2021 te berekenen en uit te betalen aan eiser;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit;
- verklaart het beroep voor het overige ongegrond;
- draagt de minister op het griffierecht van € 49,- aan eiser te vergoeden;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.518,-.