Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Eindhoven, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
De vier (resterende) vergelijkingsobjecten beschikken over een vergelijkbare inhoud. Wel zijn er verschillen wat betreft de aanwezigheid van een aanbouw, garage dan wel andere bijgebouwen. Daarnaast heeft verweerder, voor zover relevant, rekening gehouden met een verschil in ligging. Ook zijn er verschillen in kwaliteit en onderhoud tussen de vergelijkingsobjecten en de woning benoemd en verdisconteerd in de gehanteerde m³-prijs voor de woning. Verweerder heeft, zoals volgt uit de toelichting op het taxatierapport en wat op zitting naar voren is gebracht, met de verschillen rekening gehouden bij de bepaling van de te hanteren m³-prijs van de woning. Verweerder heeft dit betrokken bij de waardebepaling. Ook na het schrappen van de vergelijkingsobjecten [vergelijkingsobjecten] staat de gehanteerde m³-prijs van de woning in een goede verhouding tot die van de vergelijkingsobjecten. Door het schrappen van die twee transacties wordt de voor de woning te hanteren m³-prijs na correctie voor kwaliteit, onderhoud en ligging namelijk iets hoger, wat zou leiden tot een iets hogere getaxeerde waarde voor de woning. Verweerder heeft daarom in de aangepaste waardematrix een waarde van € 709 per m³ berekend.
Verweerder is ten slotte bij de woning uitgegaan van een perceeloppervlakte van 429 m². Verweerder heeft de grondwaarde vastgesteld aan de hand van de in de gemeente gehanteerde grondstaffelmethode, waarbij naarmate de grondoppervlakte groter is, de prijs per vierkante meter lager wordt. De grondstaffel, die is vermeld in het taxatierapport, is voor alle woningen gelijk en uit de gehanteerde staffels valt op basis van de verschillen in perceeloppervlakte het verschil in de grondwaarde tussen de woning en de vergelijkingsobjecten goed af te leiden. Daarbij valt op dat [vergelijkingsobjecten] beduidend minder grond hebben, 251 m² respectievelijk 317 m² en [vergelijkingsobject] beduidend meer (namelijk 552 m²), maar op grond van de grondstaffel, vallen die relevante verschillen in perceeloppervlakte ook terug te herleiden tot de verschillen in grondwaarden. Eiser heeft het voorgaande niet dan wel niet afdoende weersproken. Zoals volgt uit de aangepaste waardematrix, komt de getaxeerde waarde op basis van de hier genoemde vier vergelijkingsobjecten, te weten € 477.000, ruim boven de vastgestelde waarde uit. Daarmee is de vastgestelde waarde van de woning (€ 453.000) zeker niet te hoog. De rechtbank is van oordeel dat de waardebepaling van verweerder in zoverre niet op onjuiste uitgangspunten berust.