In deze bestuursrechtelijke zaak vordert eiseres, een meetbedrijf, vermindering van de aanslag zuiveringsheffing 2016 opgelegd door het waterschap Aa en Maas. De kern van het geschil betreft het gebruik van NEN-normen bij de bepaling van de heffingsmaatstaf, terwijl deze normen niet kenbaar zijn gemaakt in de Verordening zuiveringsheffing 2016.
De rechtbank stelt vast dat de verordening niet vermeldt dat de NEN-normen ter inzage liggen en ook niet verwijst naar een Staatscourant-publicatie van deze normen. Dit betekent dat niet is voldaan aan de kenbaarheidsvereisten zoals voorgeschreven in de Waterschapswet en bevestigd door jurisprudentie van de Hoge Raad. De omstandigheid dat eiseres als meetbedrijf bekend zou zijn met de normen doet hieraan niet af.
De rechtbank volgt de jurisprudentie dat voor belastingheffing een wettelijke grondslag vereist is die alle essentialia bevat en dat relevante normen binnen redelijke termijn en zonder overmatige inspanning voor iedereen raadpleegbaar moeten zijn. Het ontbreken van een verwijzing naar de NEN-normen vormt een fundamenteel materieel gebrek, waardoor de verordening onverbindend is voor zover deze normen worden toegepast.
Daarom wordt de aanslag verminderd tot het deel dat niet samenhangt met de NEN-normen, en wordt de heffingsambtenaar veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch.