ECLI:NL:RBOBR:2021:2844
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen WOZ-waarde woning niet ongegrond wegens misbruik van recht
Eiser betwist de door de gemeente 's-Hertogenbosch vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelt beroep in tegen de bestreden uitspraak die de waarde handhaaft. Verweerder stelt dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens misbruik van recht, omdat het beroep door de gemachtigde tegen de wil van eiser is voortgezet en er geen materieel procesbelang zou zijn.
De rechtbank onderzoekt de wettelijke criteria omtrent misbruik van recht en weegt de argumenten van partijen. Uit het dossier blijkt dat eiser op de hoogte was van het beroep en zelfs een nieuwe machtiging heeft ondertekend. Eiser heeft zich bedacht en besloten het beroep voort te zetten, mede beïnvloed door de kosten van griffierecht bij intrekking. De rechtbank concludeert dat er geen zwaarwichtige gronden zijn voor niet-ontvankelijkverklaring wegens misbruik van recht.
Ten aanzien van de WOZ-waarde concludeert de rechtbank dat verweerder met een taxatierapport en vergelijkingsobjecten voldoende heeft aangetoond dat de vastgestelde waarde van €343.000 niet te hoog is. Eiser heeft geen onderbouwing geleverd voor zijn lagere waarde van €315.000. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen vanwege bijzondere omstandigheden, waaronder werkafspraken om hoorzittingen in het najaar te plannen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vergoeding van immateriële schade af. De uitspraak is gedaan door rechter F.M.S. Requisizione op 15 juni 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen.