ECLI:NL:RBOBR:2017:6412
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep huurder tegen WOZ-waarde woning wegens ontbreken procesbelang
Eiser, huurder van een woning, stelde beroep in tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2016. De heffingsambtenaar had de waarde vastgesteld op €166.000 en deze waarde werd gehandhaafd bij uitspraak op bezwaar. De rechtbank beoordeelde ambtshalve de ontvankelijkheid van het beroep.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Wet WOZ de gebruiker van een woning recht heeft op een beschikking en dus rechtsmiddelen kan aanwenden. Echter moet de indiener van een bezwaar of beroep belang hebben bij het aanwenden daarvan. Omdat huurders sinds 2006 niet in de heffing van onroerendezaakbelastingen worden betrokken, ontbrak het eiser aan belang bij verlaging van de WOZ-waarde. Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij belang had bij een oordeel over de WOZ-waarde, omdat hij alleen het principe wilde laten toetsen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Wel veroordeelde zij de heffingsambtenaar tot vergoeding van de reiskosten van eiser voor het bijwonen van de eerste zitting. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de WOZ-waarde is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.