Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie
- de conclusie van repliek in conventie, tevens conclusie van antwoord in reconventie
- de conclusie van dupliek in conventie, tevens conclusie van repliek in reconventie
2.De feiten
3.De vordering
in conventie
4.Het geschil en de beoordeling
- kopieën van de overeenkomsten, waarop de bedrijfsnaam van de adviseur staat vermeld en een ATP-nummer,
- kopieën van de eindafrekeningen,
- een rekenvoorbeeld,
- een rekeningafschrift,
- een screenshot van de website van de adviseur,
- een sommatie- en 14-dagen brief.
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vaststellingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
€ 15.943,26 +
- Opbrengst eindafrekeningen € 311,50
- Dividenduitkeringen € 3.031,31
- Fiscaal voordeel
- de door [gedaagde] gevorderde wettelijke rente over de geleden schade, telkens vanaf de dag dat [gedaagde] aan Dexia heeft betaald, toewijsbaar is (zie het arrest van de Hoge Raad van 1 mei 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1198). De door [gedaagde] gevorderde voldoening van voornoemde bedragen binnen drie weken na betekening van dit vonnis zal als niet betwist eveneens worden toegewezen; en
- daarop vervolgens het bedrag dat Dexia in februari 2025 aan [gedaagde] heeft voldaan (€ 10.666,28) in mindering dient te worden gebracht, conform hetgeen is overwogen in r.o. 4.20.
€ 720,00 (2,5 punten x € 288,00) +
T&C Rv, Boek I, Titel 2, Afd. 10, inleidende opmerkingen, onder 2). Dexia heeft haar incidentele vordering afhankelijk gesteld van het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de stelplicht en bewijslast ter beoordeling van een van die vorderingen. Het is aan Dexia om de stellingen van [gedaagde] voldoende concreet te betwisten. Doet zij dit niet, dan wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Als zij van mening is dat zij voor een gemotiveerde betwisting de beschikking dient te krijgen over bepaalde bescheiden dan had zij daartoe direct een vordering ex artikel 195 Rv Pro moeten indienen. Dat kan niet meer als de kantonrechter daarover al een oordeel heeft gegeven. Dat zou er immers op neerkomen dat Dexia wenst dat de kantonrechter – na een incidentele procedure – op een dergelijk oordeel terugkomt. Daar is een incidentele procedure niet voor bedoeld. De kantonrechter zal Dexia niet-ontvankelijk verklaren in haar voorwaardelijke incidentele vordering.