Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 februari 2026 in de zaken tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de Minister van Veiligheid en Justitie
Samenvatting
ProcesverloopLEE 24/1534
2.1. Met het besluit van 19 september 2023 heeft de minister het verzoek buiten behandeling gesteld wegens misbruik van recht. Met het bestreden besluit van 1 maart 2024 op het bezwaar van eiser is de minister bij de buiten behandeling stelling van het verzoek gebleven.
5.1. Eiser is in de onderhavige drie beroepen wegens betalingsonmacht vrijgesteld van de verplichting om griffierecht te betalen.
5.2. De minister heeft op de beroepen gereageerd met een uitgebreid verweerschrift.
Beoordeling door de rechtbank
‘Indien de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie of indien het verzoek evident geen bestuurlijke aangelegenheid betreft, kan het bestuursorgaan binnen twee weken na ontvangst van het verzoek, dan wel onverwijld nadat is gebleken dat de verzoeker kennelijk een ander doel heeft dan het verkrijgen van publieke informatie, besluiten het verzoek niet te behandelen.’
Conclusie en gevolgen12.Gelet op het samenstel van deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat in de onderhavige gevallen sprake is van misbruik als bedoeld in artikel 4.6 van de Woo. De minister heeft eiser ten onrechte niet op zijn bezwaren gehoord. Er zijn onvoldoende zwaarwichtige gronden komen vast te staan om de bezwaren van eiser kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
Beslissing
24/2516 en LEE 24/2517);
- herroept de primaire besluiten van 19 september 2023 (LEE 24/1534) en 10 oktober 2023
(LEE24/2516 en LEE 24/2517);
uitspraak;
K.D. Bosklopper, griffier.