Uitspraak
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
de minister van Justitie en Veiligheid(de minister).
Inleiding
Feiten
gezamenlijkforfaitair rendement van eiser en zijn partner bedraagt € 59.892.
Beoordeling door de rechtbank
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Er is voor gekozen aan deze wet terugwerkende kracht te verlenen, omdat met ingang van 1 juli 2022 door de Belastingdienst uitvoering wordt gegeven aan het rechtsherstel. Dit is gedaan om de uiterste wettelijke datum van 4 augustus 2022 voor rechtsherstel voor de belastingplichtige van wie het bezwaar is aangewezen als massaal bezwaar over de jaren 2017 tot en met 2020 te behalen. Hierbij is in overweging genomen dat deze wet alleenbegunstigend(onderstreping rechtbank)
kan uitwerken voor belastingplichtigen.”
Aangezien het voordeel uit sparen en beleggen op grond van artikel 5.2, lid 1, Wet IB 2001 in beide stelsels – forfaitair – wordt berekend op basis van het gehele vermogen in box 3,
De belastingplichtige die het standpunt inneemt dat hij door het forfaitaire stelsel in box 3 wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijke rendement, dient feiten te stellen, en in geval van betwisting aannemelijk te maken, waaruit volgt wat de omvang is van dat werkelijke rendement, waarbij het gelet op rechtsoverweging 5.4.2 gaat om het werkelijke rendement op zijn gehele vermogen in box 3.”
stelselniveauin strijd is met artikel 1 EP Pro bij het EVRM in combinatie met artikel 14 van Pro het EVRM, indien een belastingplichtige door het box 3-stelsel wordt geconfronteerd met een heffing naar een voordeel uit sparen en beleggen dat hoger is dan het werkelijk behaalde rendement (zie 7., 8. en 9.) Daarmee is niet – zoals eiser lijkt te stellen – de gehele box 3-heffing van
14. Met voornoemde parlementaire behandelingen (zie 10. en 11.) laat de wetgever
Conclusie en gevolgen
.Ook krijgt eiser een ISV van € 750.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze betrekking heeft op de aanslag;
- bepaalt dat verminderingsaanslag in stand blijft;
- veroordeelt de minister tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan eiser tot een bedrag van € 750;
- bepaalt dat de inspecteur het griffierecht van € 50 aan eiser moet vergoeden.