Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
2.De feiten
- voorwaardelijk Dexia ex artikel 194 jo 195 Rv te veroordelen om [eiser] afschriften te verstrekken van het aanvraagformulier en haar versie van de ondertekende overeenkomst,
- voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld jegens [eiser] en/of toerekenbaar is tekort geschoten,
- voor recht zal verklaren dat [eiser] schade heeft geleden als gevolg van het onrechtmatig handelen van Dexia en Dexia gehouden is die schade te vergoeden,
- Dexia zal veroordelen om te bewerkstelligen dat de registratie van [eiser] bij het Bureau Kredietregistratie in Tiel wordt doorgehaald en dat de aan die registratie gekoppelde achterstandscodering ongedaan wordt gemaakt, op straffe van een dwangsom van € 500,00 voor iedere dag dat Dexia daarmee in gebreke blijft met een maximum van € 20.000,00,
- Dexia zal veroordelen tot voldoening aan [eiser] van al datgene dat [eiser] aan Dexia heeft betaald onder de overeenkomst, vermeerderd met de wettelijke rente daarover,
- voor recht zal verklaren dat [eiser] de door Dexia gevorderde restschuld niet verschuldigd is,
- Dexia zal veroordelen tot betaling van de buitengerechtelijke kosten van [eiser] , met rente,
- Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten, met rente.
- [eiser] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.431,80, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 27 februari 2006;
- voor recht zal verklaren dat Dexia voor genoemde overeenkomst niets meer aan [eiser] verschuldigd is,
- [eiser] zal veroordelen in de proceskosten, met rente.
4.De beoordeling
- dat ten onrechte de gemachtigde van de afnemer op zijn woord wordt geloofd;
- dat zonder verder bewijs wordt aangenomen dat sprake is geweest van advisering door de tussenpersoon;
- dat ten onrechte wordt aangenomen dat op Dexia een onderzoeks- en vaststellingsplicht rust, en
- dat Dexia ten onrechte niet wordt toegelaten tot (tegen)bewijs.
- Betaalde inleg € 13.033,20
- Dividenduitkeringen € 2.350,22 -
- Fiscaal voordeel
€ 678,00 (2 punten x € 339,00) +
T&C Rv, Boek I, Titel 2, Afd. 10, inleidende opmerkingen, onder 2). Dexia heeft haar incidentele vordering afhankelijk gesteld van het oordeel van de kantonrechter ten aanzien van de stelplicht en bewijslast ter beoordeling van een van die vorderingen. Het is aan Dexia om de stellingen van [eiser] voldoende concreet te betwisten. Doet zij dit niet, dan wordt aan bewijslevering niet toegekomen. Als zij van mening is dat zij voor een gemotiveerde betwisting de beschikking dient te krijgen over bepaalde bescheiden dan had zij daartoe direct een vordering ex artikel 195 Rv moeten indienen. Dat kan niet meer als de kantonrechter daarover al een oordeel heeft gegeven. Dat zou er immers op neerkomen dat Dexia wenst dat de kantonrechter – na een incidentele procedure – op een dergelijk oordeel terugkomt. Daar is een incidentele procedure niet voor bedoeld. De kantonrechter zal Dexia niet-ontvankelijk verklaren in het incident. Om die reden zal Dexia ook worden veroordeeld in de proceskosten in het incident.