ECLI:NL:RBNNE:2024:5176
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst wegens onvoldoende redelijke grond en niet-naleving herplaatsingsplicht
De werkgever NN PERSONEEL B.V. verzocht de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer, die sinds 2017 in dienst is als Central Business Officer. De werkgever stelde dat er sprake was van disfunctioneren en een verstoorde arbeidsrelatie, en dat herplaatsing niet mogelijk was. De werknemer betwistte dit en voerde onder meer op dat er sprake was van een opzegverbod wegens discriminatie en intimidatie, en dat de werkgever niet aan haar zorgplicht had voldaan.
De kantonrechter oordeelde dat de werknemer onvoldoende feiten had aangevoerd die een vermoeden van discriminatie of intimidatie konden wekken, zodat het opzegverbod niet van toepassing was. Vervolgens beoordeelde de rechter de redelijke gronden voor ontbinding: ernstig verwijtbaar handelen, verstoorde arbeidsrelatie, disfunctioneren en cumulatie van omstandigheden. Geen van deze gronden was voldoende onderbouwd door de werkgever.
Daarnaast stelde de kantonrechter vast dat de werkgever onvoldoende had aangetoond dat zij had voldaan aan de herplaatsingsplicht binnen het concern. De werkgever had onvoldoende concrete functies aangetoond die geschikt waren voor de werknemer. Gezien het voorgaande wees de kantonrechter het verzoek tot ontbinding af en veroordeelde de werkgever in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen wegens het ontbreken van een redelijke grond en onvoldoende naleving van de herplaatsingsplicht.