Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2023:825

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 juni 2023
Publicatiedatum
1 juni 2023
Zaaknummer
22/02190
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:669 lid 3 BWArt. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsrelatie

De zaak betreft een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen de gemeente Utrecht en een werknemer op grond van de g-grond van artikel 7:669 lid 3 BW Pro, wegens een verstoorde arbeidsrelatie met de direct leidinggevende. De kantonrechter en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden het verzoek afgewezen. De gemeente stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof, waarbij de werknemer voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep instelde.

De Hoge Raad heeft de klachten van de gemeente beoordeeld en geoordeeld dat deze niet leiden tot vernietiging van de beschikking van het hof. De Hoge Raad achtte het niet nodig om de motivering van het hof nader te toetsen, omdat de klachten geen vragen van belang voor de rechtsontwikkeling of rechtsvorming bevatten, conform artikel 81 lid 1 RO Pro.

Het incidentele cassatieberoep van de werknemer behoeft geen behandeling omdat het principale beroep is verworpen. De Hoge Raad veroordeelt de gemeente tot betaling van de proceskosten in cassatie. Hiermee blijft de arbeidsovereenkomst in stand en wordt de ontbinding op de g-grond niet toegewezen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer22/02190
Datum2 juni 2023
BESCHIKKING
In de zaak van
GEMEENTE UTRECHT,
zetelende te Utrecht,
VERZOEKSTER tot cassatie, verweerster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de gemeente,
advocaat: H.J.W. Alt,
tegen
[de werknemer],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie, verzoekster in het voorwaardelijke incidentele cassatieberoep,
hierna: de werknemer,
advocaat: I.L.N. Timp.

1.Procesverloop

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de beschikking in de zaak 8903373 UE VERZ 20-370 LH/1040 van de kantonrechter te Utrecht van 8 juli 2021;
b. de beschikking in de zaak 200.300.509 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 maart 2022.
De gemeente heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld.
De werknemer heeft voorwaardelijk incidenteel cassatieberoep ingesteld.
Partijen hebben over en weer een verweerschrift tot verwerping van het beroep ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de gemeente heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

2.Beoordeling van het middel in het principale beroep

De Hoge Raad heeft de klachten over de beschikking van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van die beschikking. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie).
Het incidentele beroep, dat is ingesteld onder de voorwaarde dat het middel in het principale beroep tot vernietiging van de beschikking van het hof leidt, behoeft gelet op hetgeen hiervoor is overwogen geen behandeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad:
- verwerpt het principale beroep;
- veroordeelt de gemeente in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [de werknemer] begroot op € 2.135,-- aan verschotten en € 1.800,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de gemeente deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren T.H. Tanja-van den Broek, als voorzitter, C.H. Sieburgh, F.J.P. Lock, F.R. Salomons en K. Teuben, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op
2 juni 2023.