Betrokkene kreeg een sanctie opgelegd wegens het parkeren van een voertuig in een groenstrook aan de Bagijnestraat te Leeuwarden. Tegen deze beschikking werd administratief beroep ingesteld en later beroep bij de rechtbank. Betrokkene stelde dat de parkeerlocatie zich naar uiterlijke verschijningsvorm als een parkeerhaven voordeed en dat de groenstrook niet door de gemeente was aangelegd, wat volgens de gemeentelijke verordening vereist is.
De verbalisant verklaarde onder ambtsbelofte dat het voertuig op de pleegdatum in een groenstrook stond, maar er werd geen bewijs geleverd dat deze groenstrook door de gemeente was aangelegd of onderhouden. De rechtbank oordeelde dat zonder deze vaststelling de overtreding niet bewezen kon worden en verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de beschikking en bepaalde dat betrokkene het teveel betaalde bedrag terugkrijgt.
Verder behandelde de rechtbank het verweer over de wijze van uitbetaling van proceskostenvergoedingen volgens artikel 13a, vijfde lid, van de Wahv. De rechtbank volgde het recente arrest van het hof dat deze uitvoering rechtstreeks uit de wet voortvloeit en verklaarde zich onbevoegd hierover te oordelen. De officier van justitie werd veroordeeld in de proceskosten van €749,50.