Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Ze hebben me weer in [plaatsnaam] gekregen.” Hierop stuurt [A] de volgende e-mail:
“dat zei ik al [B] . Maar handelen naar bevinding. En ik doe de dagvaarding en brief met schadevergoeding naar de familie er waarschijnlijk morgen doch uiterlijk deze week uit. Je zit nu zeker met minder vrijheden.”