ii) Op 12 mei 1995 heeft [betrokkene] bij testament over zijn nalatenschap beschikt. In dat testament heeft hij zijn drie kinderen tot erfgenaam benoemd, ieder voor een derde deel. Verder zijn bij het testament twee legaten gemaakt, een legaat ten gunste van [verweerder] en een legaat ten gunste van [eiseres]. Aan [verweerder] is gelegateerd de gehele agrarische onderneming zoals die door erflater in de vorm van een eenmanszaak werd uitgeoefend, met de bepaling dat het legaat aan [verweerder] moet worden afgegeven na het bereiken van de achttienjarige leeftijd. Aan [eiseres] is in plaats van haar erfdeel bij versterf gelegateerd het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap, waarbij ten aanzien van de nettowinst van het melkveehouderijbedrijf het vruchtgebruik is beperkt tot datgene wat nodig is ter voorziening in het levensonderhoud voor [eiseres] en de minderjarige kinderen met een maximum van € 9.075,60 (f 20.000,-) per jaar.
iii) Op 8 mei 1998 is ten overstaan van notaris mr. M J.A. van Mourik een "Akte afwikkeling nalatenschap [betrokkene]/vaststellingsovereenkomst" (verder: de vaststellingsovereenkomst) verleden, waarin partijen verschillende afspraken hebben neergelegd. Bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst zijn notaris Van Mourik, [betrokkene 4] (verder: [betrokkene 4]), een verwant van [betrokkene 5] (de grootvader van [verweerder]) en [betrokkene 6] (verder: [betrokkene 6]), een neef van [eiseres], betrokken geweest. De akte is door [eiseres] zowel voor zichzelf, als belast met het ouderlijk gezag voor de destijds nog minderjarige [betrokkene 2 en 3] met machtiging respectievelijk goedkeuring van de kantonrechter ondertekend. De akte is voor de op dat moment meerderjarige [verweerder] ondertekend door [betrokkene 4]. Tevens is de akte ondertekend door [betrokkene 6]. In deze akte zijn onder meer de volgende passages opgenomen:
“6. Afwikkeling nalatenschap/vaststellingsovereenkomst
Omtrent de afwikkeling van de nalatenschap hebben partijen zich beraden, vooral met het oog op de bedrijfsopvolging. Uiteindelijk hebben betrokkenen in oktober/december negentienhonderd zesennegentig ingestemd met de navolgende regeling:
a. De nalatenschap zal tot de datum waarop [verweerder] vijfentwintig jaar oud wordt, onverdeeld worden gelaten. (...)
b. (...)
c. Ter uitvoering van het legaat zal het bedrijf te zijner tijd aan [verweerder] worden toegedeeld, voor wat betreft de activa tegen de agrarische waarde ten tijde van de sterfdatum.
d. In de akte van toedeling zal een zogenaamde meerwaardeclausule worden opgenomen, (...)
e. Op grond van een in het testament van [betrokkene] voorkomende bepaling heeft [eiseres] levenslang recht op een bedrag van ten hoogste twintigduizend gulden (ƒ. 20.000,00) ten laste van de fiscale winst (...) van het bedrijf, zulks met het oog op de verzorging van haar en de minderjarige kinderen. In het belang van het bedrijf zal [eiseres] afstand doen van dit recht op de datum waarop het bedrijf aan haar zoon wordt toegedeeld.
f. Van het gedeelte van de nalatenschap dat niet tot het bedrijfsvermogen behoort zal [eiseres], voorzover mogelijk, de vruchten genieten voorzover en zolang de twee dochters of één van hen ten laste van haar komen.
g. (…)
h. (…)”
iv) [verweerder] heeft vanaf 25 mei 1995 feitelijk de onderneming alleen voortgezet, aanvankelijk met hulp van [betrokkene 5]. Op 3 september 2003 is [verweerder] 25 jaar geworden. Hij dreef de onderneming toen al enige tijd alleen.