Uitspraak
[eiseres] , uit [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Noardeast-Fryslân, de heffingsambtenaar
de Minister voor Rechtsbescherming(de Minister).
Rechtbank Noord-Nederland
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de vastgestelde WOZ-waarden van twee onroerende zaken, een polikliniek en een kinderdagverblijf, onderdeel van een voormalig medisch complex. Zij stelde dat de waarde niet hoger mocht zijn dan de bedrijfswaarde afgeleid van de transactieprijs uit 2019. De heffingsambtenaar heeft de waarden gebaseerd op taxaties volgens de Taxatiewijzers van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vastgesteld.
De rechtbank heeft geoordeeld dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd hoe de transactieprijs aan de afzonderlijke objecten moet worden toegerekend en geen inzicht gegeven in de commerciële waarde per object. Ook is het kinderdagverblijf ten tijde van de waardepeildatum nog een bedrijfsrestaurant, waardoor waardering naar toestandsdatum 2021 leidde tot een hogere waarde dan vastgesteld.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Wel is eiseres een immateriële schadevergoeding toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa een half jaar, met een vergoeding van €500, waarvan €400 door de heffingsambtenaar en €100 door de Minister worden betaald. Daarnaast is een proceskostenvergoeding toegekend van in totaal €837, eveneens verdeeld tussen de heffingsambtenaar en de Minister. De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van griffierecht af omdat eiseres daarvoor geen recht had.
Uitkomst: De beroepen zijn ongegrond verklaard en de WOZ-waarden gehandhaafd; eiseres krijgt een immateriële schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn.