ECLI:NL:RBNNE:2023:3718
Rechtbank Noord-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens zorgmachtiging ondanks strijd met wettelijke vereisten
De rechtbank Noord-Nederland behandelde een verzoek om schadevergoeding van verzoekster wegens het onrechtmatig verlenen van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De zorgmachtiging van 11 augustus 2022 was verleend op basis van een medisch onderzoek via beeldbellen, wat volgens de Hoge Raad niet voldeed aan de wettelijke eisen. De Hoge Raad vernietigde deze beschikking en verwees de zaak terug naar de rechtbank.
Verzoekster stelde dat zij door de onrechtmatige zorgmachtiging gedurende ongeveer acht maanden in onzekerheid heeft verkeerd en daarom recht heeft op een schadevergoeding van € 2.565,00. Zij verwees naar jurisprudentie die het onafhankelijk onderzoek in fysieke aanwezigheid voorschrijft, en betoogde dat de coronamaatregelen inmiddels waren opgeheven.
De Raad verdedigde zich door te stellen dat de rechtbank ten tijde van de beschikking nog niet op de hoogte was van de latere jurisprudentie en dat de zorgmachtiging uitvoerbaar bij voorraad was, waardoor verzoekster de verplichte zorg moest accepteren. De GGZ en curator gaven aan dat verzoekster weliswaar zorg onder drang ontving, maar niet onterecht was opgenomen.
De rechtbank oordeelde dat de zorgmachtiging inderdaad in strijd met de wet was verleend, maar dat verzoekster geen onzekerheid heeft geleden omdat de zorgmachtiging uitvoerbaar bij voorraad was. Daarom wees de rechtbank het verzoek om schadevergoeding af, maar kende wel proceskosten toe aan verzoekster.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding af ondanks strijdigheid van de zorgmachtiging met de wet.