Uitspraak
vonnis
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.De procedure
- het incidenteel vonnis van 3 april 2019,
- de conclusie van antwoord in reconventie van 1 mei 2019.
Rechtbank Noord-Nederland
ZZZ vordert een verklaring dat zij gerechtigd is tot het houden van doorzichtige vensters in de achtergevel van haar pand op basis van een erfdienstbaarheid door bestemming. Tevens vordert zij dat de bouw van een nieuw wooncomplex door [gedaagde] wordt gestopt wegens onrechtmatige hinder.
De rechtbank stelt vast dat op grond van een akte uit 1983 en de feitelijke situatie een recht van erfdienstbaarheid door bestemming is ontstaan, waardoor ZZZ vensters op de eerste en tweede etage mag behouden, inclusief het recht deze te openen. De vensters op de begane grond voldoen niet aan de voorwaarden en zijn voorzien van ondoorzichtige folie, wat conform de wet is.
Ten aanzien van de bouw van het complex oordeelt de rechtbank dat hoewel de bouw vergunning heeft, dit niet vrijwaart tegen civiele aansprakelijkheid. De hinder door verminderd licht en uitzicht is echter niet onrechtmatig gelet op de binnenstedelijke ligging en eerdere bebouwing. De vorderingen tot bouwstop en afbraak worden afgewezen.
In reconventie wordt de vordering van [gedaagde] tot het vastzetten en ondoorzichtig maken van vensters afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd in conventie en aan de zijde van ZZZ toegewezen in reconventie.
Uitkomst: ZZZ heeft recht op doorzichtige vensters op eerste en tweede etage; bouw van nieuw complex veroorzaakt geen onrechtmatige hinder; vorderingen tot bouwstop en vensters vastzetten worden afgewezen.