ECLI:NL:RBNNE:2018:3299
Rechtbank Noord-Nederland
- Bodemzaak
- P.G. Wijtsma
- K. Wentholt
- R.B. Maring
- Rechtspraak.nl
Beëindiging gebruik dienstauto voor vervoer diensthond woon-werkverkeer politie
Eisers, werkzaam als hondengeleiders bij de politie, maakten bezwaar tegen het besluit van de korpschef om hen per 1 januari 2018 geen dienstauto meer ter beschikking te stellen voor het vervoer van de diensthond van huis naar werkplek. Verweerder beriep zich op de Regeling voorzieningen hondengeleiders en artikel 27 van Pro de Politiewet 2012 als wettelijke grondslag.
De rechtbank oordeelde dat de e-mail van 27 oktober 2017 een besluit in de zin van de Awb is en dat het bestreden besluit rechtsgeldig is. De Regeling schrijft niet voor dat een dienstauto moet worden verstrekt; het begrip 'auto' in artikel 8 van Pro de Regeling wordt uitgelegd als privéauto. Het woon-werkverkeer wordt niet als arbeidsplaats of arbeidstijd aangemerkt volgens de Arbowet en Europese richtlijnen.
Verder is het beëindigen van het gebruik van de dienstauto een regulering van het eigendomsrecht die bij wet is voorzien en een legitiem algemeen belang dient, namelijk efficiënt en financieel verantwoord wagenparkbeheer. De overgangstermijn van zes jaar en compensaties zoals hogere reiskostenvergoeding en vervoersvoorzieningen maken het besluit proportioneel.
Ook is geen ontoelaatbare inbreuk op het recht op persoonlijke levenssfeer volgens artikel 8 EVRM Pro vastgesteld. De belangenafweging is zorgvuldig gemaakt en het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om het gebruik van dienstauto's voor het vervoer van diensthonden voor woon-werkverkeer te beëindigen wordt ongegrond verklaard.