Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
1.[eiser]
[eiseres] ,
:
1.De procedure
- het tussenvonnis van 24 mei 2017;
- het proces-verbaal van comparitie van 14 november 2017
- de akte overlegging producties van NAM van 21 februari 2018.
2.De feiten
Artikel 1. Doel en duur.
dat de woning scherper in de markt gezet moet worden. De Commissie kan u daarin ondersteunen door (na verkoop van de woning) een aanvulling op de koopprijs te garanderen tot de huidige vraagprijs van € 135.000 met een maximum van € 30.000,-. Dit bedrag is inclusief de uitkomst van een beroep op de Waarderegeling.”. De 'Waarderegeling' waaraan wordt gerefereerd door CBS,
3.Het geschil
NAMhebben [eisende partij] . het volgende aangevoerd:
Primair rust op NAM een risicoaansprakelijkheid op grond van artikel 6:177 lid 1 sub b van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW). De omstandigheid dat NAM exploiteert op basis van een vergunning, vrijwaart haar niet voor kwalitatieve aansprakelijkheid dan wel aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad. Subsidiair stellen [eisende partij] . NAM dan ook aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW Pro. NAM heeft namelijk toerekenbaar in strijd met artikel 33 van Pro de Mijnbouwwet gehandeld. Ingevolge dat artikel rust er op de exploitant een specifieke zorgplicht.
EBNbetreft, hebben [eisende partij] . gesteld dat mede-exploitanten naast elkaar hoofdelijk aansprakelijk zijn (artikel 6:182 BW Pro jo. artikel 6:177 BW Pro). EBN kwalificeert als mede-exploitant, althans als gebruiker van de mijnbouwwerken, nu zij op basis van artikel 87 jo Pro. artikel 95 van Pro de Mijnbouwwet profiteert van de opbrengst van de gaswinning. NAM is verplicht om 40% van de opbrengsten af te staan aan EBN en daarmee aan de Staat der Nederlanden. Aldus kan EBN als mede-exploitant worden aangemerkt. [eisende partij] . hebben voorts gewezen op de uitspraak van deze rechtbank van 5 oktober 2016 (ECLI:NL:RBNNE:2016:4402), waarin is bepaald dat EBN de ten behoeve van de maatschap geëxploiteerde mijnbouwwerken mede in gebruik heeft en daarom exploitant in de zin van artikel 6:177 lid 2 onder Pro b BW is. EBN is derhalve, net als NAM, primair risico-aansprakelijk voor de bij [eisende partij] . door de aardbevingen ontstane schade. Subsidiair is EBN aansprakelijk op grond van onrechtmatig handelen, waarbij wordt verwezen naar hetgeen hierover is opgemerkt bij NAM.
de maatschapstellen [eisende partij] . dat zij zelfstandige dragers van rechten en verplichtingen zijn en derhalve ook zelfstandig en onrechtmatig kan handelen. De maatschap betreft een samenwerkingsconstructie die volledig verantwoordelijk is voor de exploratie en exploitatie van het Groningse gasveld. Nu de maatschap deze verantwoordelijkheid draagt, is zij ook aan te merken als mede-exploitant en bijgevolg risico-aansprakelijk op basis van artikel 6:177 jo Pro. 6:182 BW. Subsidiair is de maatschap aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW Pro, waarbij wordt verwezen naar hetgeen hierover is opgemerkt bij NAM.
de Staat, stellen [eisende partij] . dat hij meerdere rollen bekleedt in het proces van de gaswinning. De staat is vergunningverstrekker, toezichthouder, maar ook door middel van EBN betrokken als exploitant in de maatschap. Daarnaast heeft de Staat een rol in het schade-afhandelingsproces door via de Minister CBS in het leven te hebben geroepen.
4.De beoordeling
25 juli 2018verwijzen voor akte uitlaten aan beide zijden. De rechtbank houdt iedere verder beslissing aan.
5.De beslissing
25 juli 2018voor uitlaten als overwogen in rechtsoverweging 4.3.