Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 december 2014 in de zaak tussen
[eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Groningen, verweerder
Procesverloop
“
Hoofdstuk 2 Omgevingsvergunning
documenten waar de aan de Legesverordeningen toegerekende kosten uit blijken,
documenten waar de aan de Legesverordeningen toegerekende uren/loonkosten
documenten waaruit de aan de uurtarieven toegerekende overhead blijkt en de
documenten waar de aan de Legesverordeningen toegerekende baten uit blijken,
- documenten waaruit de bij de toerekening van de verschillende aan de Legesverordeningen toegerekende kosten gehanteerde verdeelsleutels blijken;
- documenten waaruit de totstandkoming van de daadwerkelijke legestarieven voor
“
Verloopoverzicht begrotingen, realisatie 2009-2011Leges Bouw-, en aanleg (Wabo, omgevingsvergunning)Leges Sloop (Wabo, omgevingsvergunning)Leges HuisvestingswetLeges SplitsingsvergunningLeges Reclame (Wabo, omgevingsvergunning)
Samenvattend overzicht van overhead toegerekend naar verschillende legessoorten binnen gem. groningen, Begroting 2010”. Volgens dit spreadsheet kan een bedrag van € 2.991.853 aan overhead worden toegerekend aan de Legesverordening.
De kostenplaatsenmethode in hoofdlijnen
(…)
(…)
De uurtarieven per functie worden als volgt berekend:
Dit convenant is geen keiharde bindende afspraak, maar de partners in dit convenant verwachten van elkaar dat zij de gemaakte afspraken als kader zien van hun bedrijfsmatig handelen en zich zoveel als mogelijk inspannen om de doelstellingen uit dit convenant te realiseren. Uiteraard gaan we daarbij uit van ieders verantwoordelijkheden en financiële en organisatorische mogelijkheden.”.
Aan de nadere inlichtingen die de heffingsambtenaar in dat geval dient te verstrekken, mag geen zwaardere eis worden gesteld dan dat deze functionaris naar vermogen – dat wil zeggen in de mate waarin hij daartoe in de gegeven omstandigheden in redelijkheid in staat is – duidelijk maakt op grond waarvan hij de (…) stelling(en) van de belanghebbende betwist, en waarom dus naar zijn oordeel de door de belanghebbende opgeworpen twijfel ongegrond is. De zinsnede in onderdeel 3.2.3 van het arrest BNB 2009/159 ‘teneinde - naar vermogen - deze twijfel weg te nemen’, houdt derhalve niet in dat de heffingsambtenaar moet bewijzen dat die twijfel ongegrond is.”
.