Uitspraak
RECHTBANK NOORD-NEDERLAND
vonnis van de voorzieningenrechter in kort geding van 4 juli 2014
[A] en [B],
Procesverloop
Motivering
tot een maximum van € 10.000,00;
Liander als eigenaarvan de Strook bevoegd om zélf tot verwijdering van de beukenhaag en verdere beplanting op de Strook over te gaan. In voormeld vonnis zijn
[A] c.s.evenwel veroordeeld om de beukenhaag en de verdere beplantingen van de Strook te verwijderen. Naar voorlopig oordeel moet deze veroordeling als een kennelijke misslag in het vonnis worden beschouwd. Immers, [A] c.s. zijn géén eigenaar van de grond, terwijl voorts niet aannemelijk geworden is dat de beukenhaag door hun toedoen of door toedoen van hun rechtsvoorganger(s) op de Strook is geplant, nadat Liander (althans haar rechtsvoorgangster) eigenaar van de Strook was geworden. Op grond van de voorshands gebleken feiten dient er juist vanuit te worden gegaan dat de beukenhaag in of omstreeks 1952 is geplaatst, toen de kadastrale percelen[kadastrale gegevens] alsmede kadastraal perceel[kadastrale gegevens] (het Perceel) nog in één hand waren. Van dit (gehele) kadastrale perceel is nadien, in 1968, een gedeelte afgesplitst, overgedragen en vernummerd tot kadastraal perceel[kadastrale gegevens]. Tegen deze achtergrond valt voorshands niet in te zien op welke rechtsgrond [A] c.s. gehouden zouden zijn om de beukenhaag en verdere beplantingen van de Strook te verwijderen.