ECLI:NL:RBNNE:2013:BZ0166
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op pandrecht en incasso van vorderingen bij faillissement van onderneming
De zaak betreft een geschil over de vraag of vorderingen van een failliete vennootschap op haar debiteuren onder een pandrecht van een kredietverstrekker vallen. De vennootschap had een kredietovereenkomst gesloten waarbij zij een pandrecht vestigde op huidige en toekomstige vorderingen. Na faillissement stelde de curator facturen op voor werkzaamheden die vóór faillissement waren verricht maar nog niet gefactureerd, en incasseerde deze vorderingen.
De rechtbank oordeelt dat de vorderingen reeds bij het sluiten van de onderliggende overeenkomsten ontstonden, aangezien alle werkzaamheden vóór faillissement waren verricht. Facturering is slechts een formaliteit en niet de ontstaansbron van de vorderingen. De vorderingen waren voldoende bepaalbaar aan de hand van de administratie van de vennootschap, ondanks achterstanden in de verwerking.
De kredietovereenkomst en de geregistreerde pandlijsten voldoen aan de wettelijke vereisten voor verpanding van deze vorderingen. De rechtbank verklaart voor recht dat de vorderingen rechtsgeldig verpand zijn en dat de opbrengst van de geïncasseerde vorderingen aan de kredietverstrekker toekomt. De curator handelde onrechtmatig door de opbrengst aan de boedel toe te eigenen en wordt veroordeeld tot betaling aan de kredietverstrekker, na aftrek van redelijke kosten. De vordering tot persoonlijke aansprakelijkheid van de curator wordt afgewezen wegens gebrek aan ernstig verwijt.
De proceskosten worden verdeeld waarbij de curator wordt veroordeeld in de kosten aan de zijde van de kredietverstrekker en deze laatste in de kosten in haar geschil met de curator pro se. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, behoudens de verklaringen voor recht.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de vorderingen rechtsgeldig verpand zijn en veroordeelt de curator tot betaling van de geïncasseerde bedragen aan de kredietverstrekker na aftrek van kosten.