ECLI:NL:HR:2004:AO5665
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- D.H. Beukenhorst
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Vordering tot verrekening van uitkeringen krachtens de Uitkeringswet gewezen militairen afgewezen
In deze zaak stond centraal de vraag of de schuld van USZO Contractmanagement B.V. jegens een gewezen militair uit hoofde van de Uitkeringswet maandelijks ontstaat, waardoor verrekening met een tegenvordering niet mogelijk zou zijn volgens artikel 307 lid 1 Faillissementswet Pro.
De rechtbank Maastricht had geoordeeld dat de schuld maandelijks ontstaat en daardoor niet vatbaar is voor verrekening. USZO stelde echter dat het recht op uitkering ontstaat op het moment van ontslag of bij het besluit van de staatssecretaris, beide gelegen vóór de toepassing van de schuldsaneringsregeling.
De Hoge Raad stelde vast dat het recht op uitkering krachtens de Uitkeringswet ontstaat met ingang van de dag van ontslag en niet maandelijks. Dit betekent dat de vordering van USZO al bestond vóór de schuldsanering, zodat verrekening met de tegenvordering van de bewindvoerder mogelijk is.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het vonnis van de rechtbank en wees de vordering van de bewindvoerder af. Partijen hadden bovendien afgesproken geen proceskostenveroordeling te vragen.
Uitkomst: De vordering van de bewindvoerder tot verklaring dat de schuld maandelijks ontstaat en niet vatbaar is voor verrekening wordt afgewezen.