Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de akte overlegging producties met producties 11 en 12 van CCC;
- de conclusie van antwoord ten aanzien van toepasselijkheid WAMCA en ontvankelijkheid van Samsung, met producties 1 t/m 7;
- de rolbeslissing van 18 december 2024;
- de akte overlegging producties 13 t/m 19 van CCC;
- de mondelinge behandeling van 20 mei 2026 over de ontvankelijkheid en het vrijwaringsincident, waarbij door beide partijen spreekaantekeningen zijn overgelegd en waarvan voor het overige door de griffier aantekeningen zijn bijgehouden.
2.De feiten die van belang zijn voor de ontvankelijkheid van CCC
3.Het geschil in de hoofdzaak
primair
primairSamsung veroordeelt tot betaling van de volledige proceskosten en volledige buitengerechtelijke kosten, zo nodig op te maken bij staat,
subsidiairbepaalt dat CCC de aan de procesfinancier te betalen vergoeding in mindering mag brengen op de uit te keren schadevergoedingen.
4.Het geschil in incident
5.De beoordeling van de ontvankelijkheid in de hoofdzaak
ex nunc, naar de situatie ten tijde van de mondelinge behandeling. De door Samsung geplaatste kanttekeningen bij deze toetsing leiden niet tot een ander oordeel. Niet gesteld of gebleken is dat CCC per datum dagvaarding nog op geen enkele wijze aan de (fundamentele) ontvankelijkheidseisen had voldaan. Aan de beoordeling of in een dergelijk geval de toetsing
ex nunc, en de daarmee geboden herstelmogelijkheid, leidt tot strijd met de goede procesorde of dat sprake is van een onvoldoende waarborg van de collectieve belangen in de voorfase komt de rechtbank dan ook niet toe. De rechtbank ziet evenmin aanleiding de representativiteit
ex tuncte toetsen ofwel waarde toe te kennen aan de datum van aanmelding van de achterban, zoals door Samsung betoogd. Weliswaar is de aanscherping van het representativiteitsvereiste een belangrijk element in de WAMCA, maar er zijn geen aanknopingspunten dat dit meebrengt dat het representativiteitsvereiste
ex tunczou moeten worden getoetst (zo ook A-G De Bock in genoemde conclusie onder 5.17, in het kader van hoger beroep).
stand alone-vordering beoordeeld moet worden, is de grondslag van de vordering van CCC dat sprake is van illegale prijshandhaving en van illegale uitwisseling van commercieel gevoelige informatie tussen concurrenten onderling waardoor, zo begrijpt de rechtbank de stellingen van CCC, de gehele markt is beïnvloed.
6.Conclusie en vervolg van deze procedure
Daarmee is dan de ontvankelijkheidsfase afgesloten.
follow onals
stand aloneheeft ingestoken, zal het inhoudelijk debat over de vordering wezenlijk anders zijn als het Sanctiebesluit wegvalt. In de bestuursrechtelijke procedure heeft het CBb prejudiciële vragen gesteld aan het Europees Hof van Justitie. Volgens Samsung wordt niet eerder dan medio 2027 een uitspraak verwacht van het CBb.
- de zaak wordt naar de parkeerrol verwezen;
- elk van partijen kan de zaak opbrengen op de continuatierol voor akte uitlaten over het toepasselijke collectieve actierecht nadat het arrest in de Mercedes-zaak is gewezen;
- de rechtbank wijst vervolgens vonnis inzake het toepasselijke collectieve actierecht en de overige nog te nemen beslissingen in de ontvankelijkheidsfase;
- de zaak wordt in dat vonnis opnieuw naar de parkeerrol verwezen in afwachting van de uitspraak van het CBb;
- elk van partijen kan, wanneer die uitspraak is gewezen, de zaak opbrengen op de continuatierol voor akte uitlaten door CCC, waarbij
- Samsung dient vervolgens haar conclusie van antwoord in;