Uitspraak
(verwijzingsuitspraak)
COLLEGE VAN BEROEP VOOR HET BEDRIJFSLEVEN
Samsung Electronics Benelux B.V., te Delft (Samsung)
Samsung
de Autoriteit Consument en Markt (ACM)
Procesverloop in hoger beroep
Uitspraak van de rechtbank
Beoordeling van het geschil in hoger beroep
- Samsung monitort de door haar afnemers gehanteerde wederverkoopprijzen en neemt bij afwijking van de adviesprijs contact op met haar afnemers. Samsung verwacht dat haar 'adviezen' worden opgevolgd;
- Samsung spant zich in om te achterhalen wie de initiator van een prijsverlaging is en probeert prijsverlagingen ongedaan te maken en in de toekomst te voorkomen;
- Samsung bericht afnemers dat zij ook acteert op de wederverkoopprijzen bij concurrerende afnemers. Zo informeert zij hen dat ‘alle partners’, of specifiek genoemde concurrenten, ook ‘geadviseerd zijn’ en benoemt zij soms dat deze hebben gezegd te zullen ‘schakelen’. Met dit laatste wordt bedoeld dat de concurrent in kwestie zijn prijs zal aanpassen;
- Samsung neemt klachten van afnemers over het prijsbeleid van andere afnemers in behandeling en geeft hierover terugkoppeling aan de klagende afnemers.
de daadwerkelijke mededinging(in de Franse tekst:
la concurrence effectiveen in de Duitse tekst:
der wirksame Wettbewerb). Daarbij komt dat in punt 81 uitdrukkelijk wordt gesproken over
de gevolgen voor de mededinging. In dit verband valt ook op dat in het - latere - arrest Super Bock Bebidas in de punten 32 tot en met 35, waarin het beoordelingskader voor een strekkingsbeperking wordt uiteengezet, niet wordt verwezen naar punt 78 van het arrest Visma Enterprise en ook anderszins niet wordt gerefereerd aan de interbrand-concurrentie. Naar het oordeel van het College kan hieruit echter niet de onbetwistbare conclusie worden getrokken dat bij een verticale strekkingsbeperking nooit naar de interbrand-concurrentie moet worden gekeken. De economische en juridische context omvat immers mede de structuur van de betrokken markt of markten. Bij voorbaat kan dan niet worden uitgesloten dat daarbij ook moet worden betrokken of de beperking op zich eveneens voldoende schadelijk is voor de interbrand-concurrentie.
Prejudiciële vragen
Vraag 1
Indien vraag 1 bevestigend wordt beantwoord:
Beslissing
- verzoekt het Hof van Justitie van Justitie van de Europese Unie bij wijze van prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de vragen die zijn geformuleerd in punt 7.7 van deze tussenuitspraak;
- houdt iedere verdere beslissing aan.