ECLI:NL:RBNHO:2025:5214
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bijstand en verlaging boete wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Noord-Holland behandelde op 28 mei 2025 de beroepen van eiser en eiseres tegen besluiten van het dagelijks bestuur van WerkSaam Westfriesland betreffende intrekking en terugvordering van bijstand, oplegging van een bestuurlijke boete en hoofdelijke aansprakelijkheid van de partner.
Verweerder had de bijstandsuitkering van eiser ingetrokken over de periode van 19 augustus 2018 tot en met 9 mei 2021 wegens het niet melden van een gezamenlijke huishouding met eiseres, met terugvordering van € 38.269,83. Tevens werd een boete van € 5.800,- opgelegd en eiseres als hoofdelijk aansprakelijke partner aangemerkt. De rechtbank oordeelde dat de intrekking en terugvordering over de periode 19 augustus 2018 tot 26 juli 2019 niet standhouden omdat de samenlevingsovereenkomst pas op 26 juli 2019 werd gesloten en geen terugwerkende kracht had.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde de besluiten betreffende intrekking en hoofdelijke aansprakelijkheid, met de opdracht aan verweerder opnieuw te beslissen. Het beroep tegen de boete werd deels niet-ontvankelijk verklaard, maar wegens overschrijding van de redelijke termijn werd de boete verlaagd van € 892,68 naar € 758,78. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser en eiseres.
De rechtbank benadrukte dat eiser de inlichtingenplicht heeft geschonden door de gezamenlijke huishouding niet te melden, ondanks het fiscale motief voor de samenlevingsovereenkomst. De overschrijding van de redelijke termijn leidde tot een matiging van de boete met 15%.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering over een deel van de periode worden vernietigd, de boete wordt verlaagd tot € 758,78 en de hoofdelijke aansprakelijkheid van de partner wordt deels vernietigd.