Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres] N.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
3. Afspraken
€ 1.920.729 (A)
“Uitspraak bezwaar Vpb 2020 – Verliesbeschikking – [eiseres] NV”. Dit e-mailbericht luidt als volgt:
“19092023 – Uitspraak bezwaar verliesbeschikking 2020 – [eiseres] NV – get..pdf”.
5. ConclusieIk kom tegemoet aan uw bezwaar. Ik zal de toegepaste verliesverrekening over de jaren 2014 t/m 2017 aanpassen zodat het resultaat uit 2020 met het oudste openstaande jaar (2011) wordt verrekend.
7. BeroepsclausuleU kunt tegen mijn uitspraak in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan deze brief kunt u in rechtsmiddelverwijzing (beroepsclausule) lezen hoe u dat kunt doen.”
Rechtsmiddelverwijzing (beroepsclausule)Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u beroep instellen bij de rechtbank. (…)”
Geschil18. In geschil is of eiseres ontvankelijk is in haar bezwaar. Inhoudelijk is in geschil of het verrekenbare verlies per ultimo 2020 € 3.006.016 bedraagt of € 1.809.142.
Betreft: Uitspraak op bezwaar (…)), de inhoud (
Ik kom tegenmoet aan uw bezwaar. Ik zal (…)) en het feit dat er een rechtsmiddelverwijzing is opgenomen. Ook uit de e-mail waarbij de uitspraak is verzonden volgt onmiskenbaar dat sprake is van een uitspraak op bezwaar. Dat de uitspraak niet op de juiste wijze bekend is gemaakt doet aan het bestaan van de uitspraak niet af (vgl. Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 7 maart 2000, ECLI:NL:RVS:2000:AA5250 en Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4769). Ook uit het hiervoor genoemde arrest van de Hoge Raad van 25 mei 2018 volgt niet dat een onjuiste bekendmaking tot gevolg heeft dat er geen sprake is van een uitspraak op bezwaar. Met de uitspraak van 15 september 2023 is de bezwaarprocedure ten einde gekomen. Het voor een tweede maal doen van uitspraak op bezwaar is niet mogelijk. Het beroep tegen de tweede uitspraak op bezwaar van 11 januari 2024 dient derhalve niet-ontvankelijk verklaard te worden. Dit betekent dat de rechtbank niet toekomt aan een inhoudelijk oordeel over de hoogte van de nog verrekenbare verliezen. Verweerder is gehouden aan de mededeling bij de uitspraak op bezwaar dat hij de toegepaste verliesverrekening over de jaren 2014 t/m 2017 zal aanpassen zodat het resultaat uit 2020 met het oudste openstaande jaar (2011) wordt verrekend.