ECLI:NL:RVS:2000:AA5250
Raad van State
- Hoger beroep
- W.M.G. Eekhof-de Vries
- P.J.J. van Buuren
- F.P. Zwart
- Rechtspraak.nl
Vaststelling zuiver schadebesluit bij niet voortzetten anticipatieprocedure bouwplannen
Appellant diende een aanvraag in voor bouwvergunning voor woningen en appartementen die in strijd waren met het bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders besloten aanvankelijk mee te werken aan een anticipatieprocedure, maar keerden later terug en besloten deze niet voort te zetten. Dit besluit werd mondeling aan appellant meegedeeld.
Appellant vroeg vervolgens vergoeding van schade die hij meende te hebben geleden door het niet voortzetten van de anticipatieprocedure. Burgemeester en wethouders wezen dit verzoek af en verklaarden het bezwaarschrift niet-ontvankelijk omdat zij meenden dat het besluit niet als een formeel besluit in de zin van de Awb kon worden aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad van State oordeelde dat het besluit tot niet voortzetten van de anticipatieprocedure wel degelijk een besluit in de zin van de Awb is en dat het daarop volgende schadebesluit een zuiver schadebesluit betreft. Het bezwaar tegen het schadebesluit was ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard. De Raad van State vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit op bezwaar en verklaarde het bezwaar alsnog ongegrond. Tevens werden proceskosten aan appellant toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het schadebesluit wordt alsnog ongegrond verklaard en de proceskosten worden aan appellant toegekend.