Eiser ontving een bijstandsuitkering en stond onder bewind. Na een heronderzoek waarbij bankafschriften werden geanalyseerd, constateerde Zaffier gokopbrengsten op de rekening van eiser. Eiser verklaarde dat vrienden zijn rekening gebruikten voor gokken, maar gaf geen duidelijke uitleg. Op grond hiervan herzag, introk en vorderde Zaffier bijstand terug en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
Eiser betwistte de schending en stelde dat hij geen inkomsten had uit gokken, dat de inlegkosten ten onrechte niet werden meegenomen en dat de boete disproportioneel was. De rechtbank oordeelde dat gokken gemeld moet worden omdat het invloed kan hebben op het recht op bijstand, ongeacht verwijtbaarheid. De inlegkosten zijn vaste jurisprudentie geen verrekenbare kosten bij vaststelling van inkomsten.
De rechtbank vond dat Zaffier terecht de bijstand had herzien en ingetrokken en de terugvordering mocht doen. Ook was de boete terecht opgelegd gezien de ernst van de schending en het ontbreken van dringende redenen om hiervan af te zien. De beroepen zijn ongegrond verklaard en de bestreden besluiten blijven in stand.